Mijn babylief is ter wereld gezwommen. Op 21 februari 2007 besloot ze de
wereld buiten mijn buik te ontdekken. Ze had haar geboorte natuurlijk wel al
aangekondigd. Ik werd de nacht ervoor wakker gehouden door pijnstreken in mijn
onderrug. Deze voorweeën waren een nieuwe gewaarwording. Ik kon er dan ook niet
door slapen. De volgende dag bleven ze zich verder verspreiden, tussen winkelen
en doktersbezoek door. Maar Niek vertelde dat er van arbeid nog geen sprake was;
hij wenste ons een slaapnacht toe…
Tevergeefs. Het werd wederom een slapeloze nacht. We hadden ons genesteld
op de slaapbank om een filmpje te bekijken. Ik moet zeggen dat ik de helft van
de film gemist heb omdat ik om de tien minuten een wee kreeg, die een minuut
duurde en die ik ook nog eens gedurende een minuut of twee moest opvangen en
vooral laten nazinderen. Dus er zitten nogal wat gaten in mijn herinnering aan
die film. Soit, die film is niet zo belangrijk, wat zich daarna afspeelde is
veel moeilijker maar des te boeiender om te omschrijven. Maar ik onderneem nu
een poging daartoe omdat alles nog vers in mijn herinnering zit.
Ik bel mensen niet graag ’s nachts waker uit hun warm nest. Zelfs geen
vroedvrouwen die van wacht zijn. Daarom dat Dirk en ik de richtlijn van
‘wanneer bel je ’s nachts de vroedvrouw van wacht op’ respecteerden. En
die richtlijn vertelt dat je bij twijfel of ongerustheid belt, of als je één
uur aan een stuk om de 5 minuten een wee hebt. We waren niet ongerust of
twijfelden niet aan het gebeuren. En om half drie precies had ik al één uur
aan een stuk heel regelmatig weeën. Bij klokslag half drie heb ik dan ook de
telefoon in Dirks handen geduwd om Minke op te bellen.
Minke was er om kwart voor drie. Ik was ondertussen al aan de badrand aan
het hangen. Ze kwam binnen en ik kreeg juist een wee, en toen pas had ik door
dat je bij het hoogtepunt van een wee mee mag puffen in plaats van telkens te
schreeuwen. Ik weet nog dat ik dacht: hopelijk heb ik al wat opening, en is ze
niet te vroeg gekomen. En ja hoor, ik had al
7 centimeter
bereikt. Dat was fantastische nieuws. Minke belde dokter Niek onmiddellijk op,
want deze bevalling ging tot dan toe supervlot.
Niek was er om drie uur. De hierna volgende uren verdween mijn tijdsbesef.
Nu weet ik dat er nog drie uur en een haf tussen waren totdat Elvira om 6 uur
36 in
de wereld zwom.
Alles bleef zich vlot doorzetten totdat mijn lichaam dacht dat
9 centimeter
wel voldoende was om een kindje ter wereld te werpen. De tijd voor het bereiken
van de laatste centimeter leek eindeloos. Niek zei dat er nog een boordje was,
en dat dit wel vervelend was, want het vlotte proces stokte plots. Ik weet nog
dat ik kwaad was op dat ‘boordje’, en ik maar niet snapte waarom je niet kan
bevallen mét een boordje. Ik vroeg dan ook hoeveel uren dat nog kon duren,
totdat die boord verdween, een uur of zes? Waarop Niek repliceerde dat dit zeker
geen zes uur duurt. Toen dacht ik eerder aan een uur of twee maar Niek kon
natuurlijk geen vast tijdstip plakken op het verdwijnen van de boord en het
bereiken van de laatste centimeter.
Ik werd dan ook wat moedeloos, begon wat meer te jammeren bij het opvangen
van de weeën. Ik kon ze ook niet meer zo goed opvangen, ik onderging ze meer
gelaten. Ik trilde ook wel en was ineens erg moe. Ik bereikte de
9,5 centimeter
. Ik verkroop van houding, kwam uit het bad, ging even op de baarkruk een wee
opvangen, ging ook in de sofa liggen en dacht: nu ik hier toch lig kan ik
evengoed hier mijn kindje krijgen.
Om halfzes had Niek goed nieuws: de kaap van tien centimeter was bereikt.
Ondertussen zat ik toch weer in het bad.
Een nieuwe fase kondigde zich aan. Bij het hoogtepunt van de volgende weeën
mocht ik meepersen. Een heel nieuwe ervaring. Ik was echt vergeten dat dit
persen er nog bij kwam. Ik dacht dat mijn baby wel spontaan haar weg naar de
wereld zou vinden. Niet dus. De eerstkomende weeën wist ik niet zo goed wat ik
moest doen en die heb ik dan ook maar laten voorbijgaan. Ik dacht dat persen
meer iets was voor een bevalling in een ziekenhuis in plaats van een bevalling
thuis in een bad! Dankzij Niek en Minke kreeg ik dan toch door hoe ik mee moest
persen. Bovendien hing ik nu in de armen van mijn man, die tijdens de hele
arbeid en bij elke wee mijn steun en kapstok was. Dus ook zo bij het persen.
Ik vond het vreemd dat ik zo hard moest duwen als ik maar kon. Ik dacht
dat je juist niet te hard mocht persen om niet te scheuren. Niet dus. De tijd
tussen twee weeën werd langer, ik kon wat meer op adem komen, mijn adem wat
sparen om tijdens de volgende wee mijn longcapaciteit te oefenen. Je perst
namelijk met ingehouden adem, zo lang en zo hard als je kan. Het voelde vreemd
aan om zo geleidelijk aan het hoofdje te voelen komen. Ik had het gevoel dat
haar hoofdje maar bleef terugglijden, en ze niet veel zin had om vlug ter wereld
te komen. Toen haar hoofdje helemaal naar buiten kwam, zag ik veel haar en een
oortje! Het voelde ook weer helemaal anders aan omdat ze haar hoofdje aan het
bewegen was.
Het volgende moment was ze er ineens; in het bad, onderwater, onze baby.
Zachtjes nam Minke haar uit het water en legde ze haar op mijn borst. Ik dacht
dat baby’s al huilend ter wereld kwamen, maar onze baby blijkbaar niet. Ze
maakte kirgeluidjes en was aan het krevelen. Dat moment had ik geen
onbeschrijfelijk gelukkig mama-gevoel, alles ging zo snel waardoor ik geen tijd
had om alle indrukken te verwerken. Ik kwam voorzichtig uit het bad, mijn baby
laag dragend want de navelstreng was nogal kort. Ik ging op de sofa liggen, mijn
baby op mijn borst leggend terwijl Minke ze toedekte met warme tetradoeken. Ik
had helemaal geen zin in nog pijn en rompslomp met hechten en een placenta die
nog geboren moest worden. Ik dacht dat ik zeker gescheurd was, omdat het moment
dat het hoofdje tijdens de bevalling doorkomt, gepaard gaat met een erg
branderig gevoel.
Maar nee hoor, geen scheur en uiteraard geen knip was er aan te pas
gekomen. Dat was erg geruststellend voor mij. Toen mocht Dirk de navelstreng
doorknippen. De placenta kwam er ook vanzelf aan; Minke toonde deze aan mij,
maar ik was niet bijster geïnteresseerd. Ik vond dat die op een grote biefstuk
of lever leek.
Mijn baby mocht aan mijn borst komen en dit was voor alletwee wat wennen.
Het leek voor mij toch wel lange te duren vooraleer ze doorhad hoe ze moest
drinken. Maar ze bleek algauw toch een natuurtalent. Ik voelde me heel moe
worden. Daarna vergezelde Minke me naar de douche, ik verloor liters bloed en
liet me wassen. Ik weet nog dat ik het heerlijk vond dat ze mijn haar waste.
Die eerste dag kon ik mijn baby nog niet bij haar naam noemen. Om
halfnegen belde ik mijn mama op om te zeggen dat ik in de zetel lag met mijn
kindje. Ze is direct gekomen en het moment dat ik haar zag was eigenlijk heel
mooi. Ik heb dan een uur geslapen met mijn baby naast mij, en Dirk op de grond.
Rond de middag kwam de vroedvrouw terug. ’s Middags kwamen de dichte
familieleden.
’s Avonds vond ik het ongelooflijk dat mijn baby maar nog een dag jong
was. Het leek alsof ze er al veel vroeger was. Haar eerste nacht hebben we haar
stem voor het eerst gehoord. Ze kon namelijk niet goed slapen in die vreemde
wieg, met al die stilte rondom haar heen. Ze had ook last van krampjes; haar
darmpjes moesten natuurlijk nog die vreemde melk leren verteren. Als ik ze
tussen Dirk en ik legde, kon ik zelf niet goed slapen. Ik was nog alerter dan
als ze in haar wieg lag. De eerste nachten waren dan ook moeilijk. Als ik mijn
ogen dicht deed zag ik haar constant voor ogen.
Na enkele dagen probeerde ik te ontwaken uit een droom. Het onderscheid
tussen dag en nacht was behoorlijk verdwenen, ik wist ook niets meer van de
buitenwereld, en ik was moe moe moe. De eerste dagen gaven mijn hormonen mij
energie, ik kon alles aan en zeker het weinig slapen. Daarna kwam echter mijn
klop.
Ondertussen leef ik mee te slapen met mijn baby. Bovendien is ze in de
eerste tien dagen al ongelooflijk veel veranderd. Elke dag ontdek ik iets nieuw.
Een snoet die ze trekt, haar gezichtje dat ronder is, een nieuwe houding om te
voeden. Prinses Elvira beheerst op dit moment nogal mijn leven! En dat gaat
gepaard met fantastische gevoelens en ook wel huilmomenten. En toch zou ik het
niet anders meer willen. Het lijkt dan ook alsof ze er al veel langer is.
Karlien, 3 maart 2007