Het voorspel...

 

Na een zorgeloze zwangerschap, krijg ik plots op 3 januari 2009 (31 weken ver) weeën. Even paniek in huis; dat kan nu toch nog niet, dat is veel te vroeg! We zijn helemaal niet voorbereid op een nieuwe baby in huis! Een lavendelbad brengt een beetje verlichting, maar we snappen er niets van. Tegen de volgende ochtend is mijn buik nog niet helemaal in orde en bellen we de vroedvrouw van wacht; Sofie komt langs. Er is duidelijk beweging geweest en ze stuurt ons door naar het ziekenhuis. Na het ontbijt vertrekken we richting Oostende. Wanneer de gynaecoloog mij onderzoekt, blijft alles rustig, maar eenmaal aan de monitor, zijn de weeën daar opnieuw. Drie dagen ziekenhuis, weeënremmers en straffe antibiotica voor ergens een virale infectie die alles wellicht op gang heeft gebracht, zijn het verdict. Die antibiotica bezorgen me nog het meest last... Platte rust is plots aangewezen, maar ik voel me zo slecht, dat er niet veel anders op zit. Na drie weken begint de vermoeidheid uit mijn lijf te verdwijnen. Pas zes weken later durf ik weer heel eventjes op de fiets en begin ik me beter te voelen. Helaas, mijn buik blijft mij parten spelen en ik voel dat ik me best rustig hou, telkens ik te veel beweeg, weet ik 's nachts geen raad met pijn aan mijn schaambeen (een niet onaardige vorm van bekkeninstabiliteit, blijkt achteraf bij de osteopaat...). Als een prinses laat ik me dienen en zo verstrijken de weken. Ik verveel me geen minuut; kousen en pulletjes breien, gordijnen naaien, knutselen met vilt en af en toe wat lezen – ik voel me vrouw aan de haard pur sang!  

Op 38 weken voel ik me fit genoeg om naar een kunstfotografe te gaan (Marijke Moerman) om foto's te laten nemen... Ik word er helemaal meegesleurd door de muziek en plooi me in allerhande yogaposes... Er stond de voorbije weken geen yoga meer op mijn programma, maar het lukt wonderbaarlijk goed! We zijn beiden heel enthousiast over het resultaat. Geen wonder dat de baby nog even in mijn buik blijft...

 

Op 39 weken (26 februari) komt er weer beweging in mijn buik. We verwelkomen deze weeën op een heel andere manier! Na een uurtje of twee bellen we de vroedvrouw, maar wanneer ze bij ons thuis arriveert, is alles weer stil gevallen. 2 cm opening, gratis en voor niets! We denken dat het nu echt wel niet lang meer zal duren... 10 dagen later krijg ik weer weeën, maar ze stellen niet genoeg voor en vallen weer stil – algemene repetitie blijkbaar.

Op 41 weken (11 maart) mogen we op controle bij de gynaecoloog. Hij schat dat de bevalling voor binnen de 36 uur zal zijn. We kijgen drie uur weeën cadeau bij thuiskomst, maar dat is het dan ook. We zitten nu al tegen de 4cm aan! Maar nog steeds niets... De volgende dag ben ik stikkapot en ga ik langs bij Jan Tavernier. Mijn hele systeem ligt in de knoop; oorzaak; karmische belasting die de geboorte belet. Hij haalt die weg en raadt me meer yang voedsel aan én umeboshipruimen... Ik voel me alvast veel rustiger achteraf.

Op zondag 15 maart gaan we weer langs op controle bij de gynaecoloog – hij stimuleert de baarmoeder, zodat er wellicht weeën zullen komen. Dat is ook zo, maar helaas zetten ze weer niet door. Ook op maandag proberen we op dezelfde manier de nodige prostaglandines vrij te krijgen met de vroedvrouw, maar ook dat lukt niet. De kans dat deze voorweeën voor nog meer opening zorgen is klein...

17 maart – het lijkt wel een ezelsdracht; wéér controle bij de gynaecoloog. We krijgen een dag extra respijt en hoeven pas donderdagvoormiddag naar het ziekenhuis te gaan om de bevalling in te leiden (we zouden dan 42 weken en 1 dag ver zijn, volgens hun berekeningen). Ik heb het gevoel dat we nog een zee van tijd hebben om vanzelf de baby te laten komen. Een bezoek aan Jan Tavernier 's namiddags neemt de laatste blokkades weg. Als ik buitenkom merk ik dat mijn bus naar huis net vertrokken is; te laat! En dus 20 minuutjes wachten. IJsjes zijn nu niet aan de orde (te 'yin'), maar een warme wafel met slagroom lijkt me wel OK. Ik word betrapt op straat door een kennis... Het is dan ook geen zicht; zo'n buik met zo'n wafel boven... Maar 't smaakt!

's Avonds stimuleer ik twee acupunctuurpunten op mijn benen; ze zijn heel erg gevoelig. Eindelijk op naar weeën?

 

17 maart 2009

Ik lig nog maar net in bed, of er komt een wee aan. Langer en harder dan de voorbije weken. Zou dit het échte begin zijn? Ik schrijf het uur op (22.32u.) en wacht af. Tien minuten later komt er nog een, tien minuten later weer... Ik ga naar boven en maak Peter wakker; het zou wel eens voor vannacht kunnen zijn. Hij wil nog wat verder slapen. Ik neem alvast een rozemarijnbad. Toch komt Peter piepen en hij merkt dat het serieus is... De verwarming wordt beneden alvast wat hoger gezet. 'Als ik nog twee weeën krijg, bel je best naar Minke (de vroedvrouw van wacht)'. De weeën laten ons niet meer los. Ik zie de klok op 18 maart springen – 12 uur zon vandaag. Is dat geen mooie dag? Om 0.15u. komt Minke ons vergezellen in de badkamer. Ik heb al 6-7cm opening! En de weeën komen harder en sneller. Ik kruip uit bad – au au – en ga naar beneden. Clara blijft rustig verder slapen. De weeën komen in mijn onderrug, maar gelukkig weet Peter al van de vorige keer hoe die weg te masseren. Ze duren naar mijn gevoel veel te lang; meer dan 20 ademhalingen! (da's meer dan twee minuten, terwijl weeën in doorsnee maar een minuut duren). Even later is de pijn uit mijn rug verdwenen en heeft die zich verplaatst naar mijn bekken. 'Oei', zegt dokter Niek die intussen ook gearriveerd is, 'die zijn nog zwaarder...'. Peter moet keihard tegen mijn bekken duwen, de hele wee lang. Er zijn maar weinig mannen die fysiek zo'n zware inspanning moeten leveren bij een bevalling, denk ik. Soms wordt het me echt te veel. Het doet te veel 'zeer' om er met mijn volle aandacht naartoe te gaan. En we zitten nog maar aan 8cm! De ontsluiting lijkt stil te vallen – de weeën gaan echter verder. Ik ga even in bad, maar dat brengt niet echt verlichting, het kikkert wel een beetje op. Clara's doemscenario schiet voor mijn ogen – ik eet alvast nog een umeboshipruim om me bij te sterken. Het lijkt alsof ik de weeën onder controle heb; ze komen enkel als ik rechtsta en beweeg, als ik zit, gebeurt er niets. Zo kan ik me telkens weer even opladen, al weet ik dat het vooruit moet gaan en uitstel geen zin heeft. Minke heeft zoiets nog nooit meegemaakt, 'je moet wel een heel sterke band hebben tussen lichaam en geest...' Wee na wee vangen we op. Op 9cm besluit Minke om de vliezen te breken, dat zal ons over de laatste centimeter heen helpen, en hopelijk daalt het hoofdje dan ook snel in. We laten de living weer onderlopen... Oei, er blijkt meconium in het vruchtwater te zitten, Papa en Moeke merken er gelukkig niets van en strijden lustig verder... Het is te laat om naar het ziekenhuis te gaan en de dokter haalt voor alle zekerheid stiekem nog wat extra zuurstof uit de wagen. Het is 3.15u. Ik mag gerust meepersen als ik persdrang voel. Ik voel helemaal niets, behalve ellendige pijn. Het duurt me een eeuwigheid en ik ben doodop. Zo gaat het niet verder en iets na vieren beland ik op bed. Ze bevelen me te persen – wat aardig lukt. De lessen bij Marijke Van Holm lijken wel van gisteren te zijn! Ik pers blijkbaar geweldig goed, gewoon op bevel, gewoon omdat het moet! (want de harttoontjes duiken naar beneden, maar dat ontgaat ons...) Dokter Niek begeleidt het hoofdje van achter mijn schaambeen en nog geen kwartier later komt een blauwig wezentje tevoorschijn dat gelukkig snel roze wordt (onze beider stoelgang moeten ze er maar bijnemen...). Alles is in orde! Géén meconium in de longen, oef! Eenmaal bijna uitgeklopt, knipt Papa de taaie navelstreng door. Bij mij geen aambeien, alleen een klein scheurtje (door de schouders), maar dat wordt vakkundig genaaid. We gluren samen tussen de beentjes: verrassing! 't Is een jongetje! Welkom Halewijn! Papa en Moeke laten tranen van geluk; wat een flinke baby, hij sabbert meteen op mijn tepel, de lieverd!

 

Het naspel

Twee uur later blijkt mijn bloed nog steeds rijkelijk te vloeien en mijn baarmoeder krimpt niet snel genoeg. Ik voel me slapjes en er wordt besloten om naar het ziekenhuis te gaan... Een hele rompslomp. Ik ben bloednuchter: ‘Zet je de radiator af?’ Ze steken alvast een baxter met vocht om te vermijden dat mijn aders dicht zouden vallen. Gelukkig slaapt de straat nog als ik op een stoel naar buiten wordt gedragen en in de auto van dokter Niek wordt gedeponeerd. De frisse lucht pept alvast een beetje op. Via de spoed gaan we in een rolstoel naar het verloskwartier van Sint-Lucas (Oostende was nu even te ver), waar ik meteen onderzocht wordt en medicatie krijg om mijn baarmoeder te stimuleren om te krimpen. Op een echo merken ze een bloedklonter die in de weg zit – manueel toveren ze een flinke brok tevoorschijn. Oef, daar zijn we van verlost. En om het helemaal af te maken krijg ik nog een katheder om mijn blaas te ledigen...

Eind goed, al goed, de volgende dag mag ik terug naar huis (al staan mijn bloedwaarden wel behoorlijk laag en kreeg Halewijn wat koorts – wellicht omdat mijn melk nog niet op gang kwam en hij veel te grote honger had). Ze hadden me er wellicht nog een paar dagen willen houden... Ik was al dat bepotelen aan onze baby echter een beetje beu en heb liever dat er maar één vroedvrouw advies geeft. En zo zijn we aan het eind van de eerste kraamweek gekomen. Een week waarin ik me nog heel slapjes voelde en heel veel rust nodig heb. Gelukkig ben ik thuis in goede handen... en houden Minke en dokter Niek nog een oogje in het zeil. De toekomst belooft ons alvast rozengeur en maneschijn...